Maatschappelijke woonvorm: van droom tot gedeelde ambitie

Wonen, zorg en onderwijs in één gebouw. Gert van Uffelen en Michiel Wijnen ontwikkelen woonvormen die bijdragen aan leefbaarheid in wijken en, sociale, wensen van bewoners. Dat kunnen mensen met een zorgvraag zijn of mensen/kinderen voor wie ontmoeting belangrijk is. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat maatschappelijke woonvormen leiden tot minder problemen voor bewoners en minder druk op de zorg.’

De behoefte van de mensen en de interactie tussen mensen en hun omgeving is het uitgangspunt voor de partners van Zenzo Maatschappelijk Vastgoed. Mooi gezegd, maar ook gedaan? Een voorbeeldproject is het Huis van Leusden, dat werken, zorg en ontmoeting combineert onder één dak. Een multifunctioneel centrumgebouw op de locatie van het oude gemeentehuis. Het herbergt een nieuw gemeentehuis en biedt onderdak aan verschillende maatschappelijke – en vrijwilligersorganisaties. Het is een centraal ontmoetingspunt voor mensen met een beperking of Syndroom van Down in 30 zorgwoningen, 35 koopappartementen, het gebouw herbergt horeca en een eet/werkcafé – de dagbesteding.

Meerwaarde aan het gebouw

Ze zijn in 2010 begonnen, Michiel Wijnen en Gert van Uffelen, met Zenzo maatschappelijk vastgoed. Beide toentertijd werkzaam in de ontwikkeling van koop- en huurwoningen. ‘Wij zagen dat de mix van functies in de wijk en de verschillende groepen mensen die er wonen een grote meerwaarde aan het gebouw kan geven’, zegt Gert van Uffelen, directeur van Zenzo. Voor ouderen kan het bijvoorbeeld fijn zijn om bij een school te wonen. Je kunt interactie tot stand brengen als je voor kinderen en ouderen in het gebouw activiteiten organiseert. En het helpt bijvoorbeeld tegen eenzaamheid.’

Focus op mensen

‘Wij leggen bij het ontwikkelen van de woon- en leefomgeving de nadruk op de mensen. Wij beseffen dat niet iedereen even veel geluk heeft in het leven en dat mensen niet altijd alles zelf kunnen regelen.’ Zelf opgegroeid in een wijk met uitdagingen in Amersfoort, met een vader die op relatief jonge leeftijd arbeidsongeschikt en werkloos werd, kan Van Uffelen uit eigen ervaring spreken over hoe de woonomgeving je plek in de samenleving kan vormen. ‘Wij ontwikkelen woongemeenschappen voor verschillende doelgroepen, kinderen, ouderen, mensen met een beperking. En creëren een leefomgeving waar mensen langdurig kunnen wonen. In een woning en omgeving waar mensen zich thuis voelen.’ Inmiddels heeft Zenzo meerdere projecten in Nederland lopen.

Wat is er voor nodig – de voorwaarde – voor de realisatie van maatschappelijk vastgoed?

‘Het allerbelangrijkste is dat alle partijen die in het project zitten een gedeelde ambitie hebben en de ziel in het project leggen. Het project in Amersfoort Vathorst bijvoorbeeld is geïnitieerd door mensen die de handen ineen sloegen om een droom waar te maken, namelijk één plek voor gelijkgestemden. Wat zij deelden was hun geloof. De kerk was erin betrokken, de gemeente en er was een gezamenlijke wil om het project te realiseren. De gemeente heeft grond aangewezen naast het winkelcentrum tegen een maatschappelijke prijs. Voor 120 mensen met een beperking en ouderen met dementie hebben we een woonomgeving kunnen creëren met een gezamenlijke entree, een kinderdagverblijf, een kerk, een tandarts en horeca. In de gezamenlijke entree vindt “toevallige ontmoeting” plaats. Mensen komen elkaar tegen en dat brengt dynamiek teweeg.’

Dat zou in alle gemeenten moeten kunnen, waarom gebeurt dat niet?

‘Grond is schaars, gemeenten moeten keuzes maken. Er zijn ook andere groepen die woningen nodig hebben; jongeren, gezinnen, ouderen. Gemeenten moeten echt willen en meewerken en onderdeel uitmaken van de groep mensen die zo’n project met hart en ziel opzetten. Wij zijn ervan overtuigd – en proberen gemeenten te overtuigen – dat maatschappelijke woonvormen voor ook echt leiden tot minder problemen voor bewoners, meer veiligheid en minder druk op de zorg. Als mensen zich goed voelen in hun woonomgeving, heb je minder zorg nodig.’

Wat zijn de belangrijkste hobbels bij het ontwikkelen van maatschappelijke woonvormen?

‘Wij ontwikkelen in steden en dorpen op plekken waar ook andere mensen wonen. Die moeten we ook meenemen in het project en dat kost tijd. Hoe we dat doen? Door letterlijk de deuren open te zetten. We vertellen over de dromen en ideeën. We luisteren naar wat de buurtbewoners vinden en willen. Niet alle mensen zien het zitten om bijvoorbeeld een groep jongeren met autisme naast zich te hebben wonen. Het is niet altijd mogelijk om iedereen tevreden te stellen en soms lukt het ook niet om het project door te voeren.

Wat ook lastig kan zijn is om het project financieel rond te reken. In de zorg- en welzijnssector zijn andere prijzen aan de orde vanwege regulering van de huurprijzen. De opbrengsten zijn vaak lager omdat je ook andere partijen dan zorgorganisaties wilt binden aan het project. Wij bouwen volgens het Living Building Concept, wat betekent dat we gebouwen aanpasbaar maken. We weten niet hoe de toekomst eruit ziet, misschien hebben we over tien jaar wel veel minder zorgwoningen nodig. Wij kunnen de woningen als het nodig is ombouwen tot reguliere woningen, met individuele installaties en faciliteiten. Een schoolgebouw zou bijvoorbeeld een kantoorgebouw kunnen worden.’

Welke rol spelen de zorg- en welzijn professionals in de totstandkoming en faciliteiten van deze woonvormen?

‘Zodra we beginnen met de ontwikkeling van een project betrekken we de zorg- en welzijnsprofessionals erbij, want zij kennen de wijk en de mensen. Zij hebben belangrijke informatie en visies. Wij beginnen bij de ontwikkeling van een woongemeenschap altijd met door verschillende brillen te kijken; wat vindt het familielid van de cliënt belangrijk? Wat vindt de zorgmedewerker belangrijk en wat vinden de omwonenden belangrijk? Ja, we hebben natuurlijk te maken met kaders en budgetten voor het bouwplan. Toch gaat het uiteindelijk om de droom, de ambitie en de inzet om de doelen te bereiken. Daar is de medewerking van welzijnsprofessionals heel belangrijk bij.

We willen graag zoveel mogelijk mensen in het project betrekken. Zo hadden we bijvoorbeeld het plan om mensen zonder werk uit de wijk een taak te geven in de bouw van een project in Bergen op Zoom. Wij naar het UWV, kom maar met die kaartenbak, wij bieden werk aan. Zo werkt het helaas niet. Om mensen aan het werk te helpen zijn veel instanties betrokken, je krijgt te maken met privacyregels en mensen kunnen hun uitkering kwijtraken. Wij merken ook vaak dat als het gaat om mensen met problemen, er veel partijen zijn die daarmee bezig zijn en vaak ook elkaar overlappen in hun werk. Niet altijd even efficiënt.’

Hoe pakken jullie het aan zodat het toch gaat werken en het project er komt?

‘Dat zit ‘m in participatie van mensen en in het delen van één visie. Wij overleggen met veel mensen en partijen. Dat kost veel tijd, maar het is nodig omdat het leidt tot een gezamenlijke visie en draagvlak. Dat heb je nodig, al komen we er niet altijd uit of leidt niet elke inzet tot succes. Dan lukt het niet en heb je verlies. Het merendeel van de projecten lukt gewoon.’

Lees hier het hele artikel in Zorg & Welzijn 
Nieuws
Go to Top